Zoeken

Koos van der Zwet in De Schijnwerper

koos van der zwetOp maandagmiddag hadden we een afspraak gemaakt in, zoals hij het noemde, 'zijn' studiecentrum Amsterdam. Ik was te vroeg en moest samen met andere studenten nog enkele minuten wachten op het moment dat om 13.00u. de deur zich geheel volgens het boekje van de openingstijden zou openen. Enig voorwerk had mij geleerd dat ik te maken zou krijgen met een gepensioneerd man. Het was dus niet moeilijk om tussen de wachtende studenten Koos van der Zwet te traceren, een energieke man die volgens eigen zeggen uit verveling met zijn studie aan de Open Universiteit is begonnen. Hij heeft naast zijn vele functies blijkbaar ook nog tijd voor verveling. Zo was hij onder meer gemeenteraadslid in Lisse en zet hij zich ook nog actief in voor de vierdeklas zondagamateurs van zijn favoriete voetbalclub, de FC Lisse. Toen ik hier achter kwam kon het interview natuurlijk niet beginnen voordat hij me had bijgepraat over het wel en wee van mijn eigen oude cluppie, het Leidse UVS, waar ik jarenlang het doel heb verdedigd. Onder een lat staan is, neemt u het van mij aan, een boeiende vrijetijdsbesteding!

Wat was voor u het motief om een rechtenstudie te beginnen?

Tijdens mijn carrière als beroepsmilitair ben ik ermee begonnen. In een grijs verleden heb ik mijn MULO-diploma gehaald. Ik behoor tot die mensen die heel vlug van school af wilden, want school en studeren vond ik maar niks. Ik heb een tijd in 't Harde gezeten bij verschillende eenheden. In 1979 ben ik vanwege een blessure daar weggegaan en ben ik in Den Haag terechtgekomen. Daar zat ik me 's avonds te vervelen en ben toen maar het vwo gaan volgen. Toen ik het diploma had gehaald, tot mijn grote verbazing nog vrij gemakkelijk ook, dacht ik, nou, dan kan ik ook nog wel meer aan, en toen ben ik met een rechtenstudie begonnen aan de Open Universiteit. Dus sinds 1985 ben ik er al mee bezig. En in het begin vanwege het werk ook niet zo snel natuurlijk. Mijn eerste tentamen was Inleiding recht. Om tentamen te kunnen doen moest ik zelfs iemand vragen om voor mij in te vallen tijdens een schietproef. Dus ik was wel verplicht om te slagen. Het was maar een zesje, maar toch voldoende motivatie om door te gaan.

Hoe heeft u die eerste jaren ervaren?

In het begin was alles vrij chaotisch. Ik vraag me af of er wel eens naar Engeland is gekeken. Daar had men immers al veel ervaring opgebouwd met het universitaire afstandsonderwijs. Momenteel loopt het eigenlijk wel prima. Het begon goed te lopen vanaf de eerste omboekoperatie. Ik kreeg toen eindelijk beter zicht op de structuur van de studie, in welke volgorde de studie het beste doorlopen kon worden. Sindsdien heb ik me ook een beetje eraan gehouden om in die volgorde te studeren. Ik had natuurlijk geen idee hoe het bij andere universiteiten geregeld was en had daarom ook geen idee hoe het bij ons wellicht beter kon.

U werd niet door de begeleiding op de juiste weg geholpen?

Ja, had gekund, maar daar heb ik nooit naar gevraagd. Ik was de veertig al gepasseerd en dacht, moet ik daar nou nog om vragen hoe ik het het beste kan aanpakken. Ik zoek het zelf wel uit.

Voor u hoeft die begeleiding dus helemaal niet?

Zelf heb ik de begeleiding eigenlijk nooit nodig gehad. Ik kwam regelmatig begeleiders tegen bij de koffieautomaat wanneer ik voor de AJV, de Amsterdamse Juridische Vereniging, hier in het studiecentrum aanwezig moest zijn. Dan kreeg ik wel eens tips over waar je dingen kunt zoeken en dergelijke. Waar ik de begeleiding voornamelijk voor gebruikte was om van andere studenten te horen dat ze ook gezakt waren of dat ze ook een probleem hadden met een bepaald onderdeel of dat ze het ook onbegrijpelijk vonden wat er in een bepaalde leereenheid staat. Nu ben ik met de scriptie bezig en heb ik die begeleiding wel wat meer nodig. Maar nuttig is begeleiding natuurlijk wél. De begeleider is niet in de eerste plaats belangrijk vanwege de kennisoverdracht, die kennis kun je ook wel uit de boeken halen, maar vanwege het feit dat hij of zij stimuleert en het niet schuwt af en toe een schouderklopje uit te delen. Mensen die beginnen met hun studie, en zeker als ze op wat oudere leeftijd beginnen, moeten weer leren studeren. Zij hebben echt af en toe een schouderklopje nodig en ook als ze tijdens een bijeenkomst iets vreemds zeggen, dat is helemaal niet erg. Als je nooit fouten maakt, kun je je ook nooit zelf verbeteren.

Wat vindt u van de studiebijeenkomsten?

Wat mij tijdens bijeenkomsten wel eens irriteerde was dat men uit schaamte of wat dan ook, bleef zwijgen en de docent liet praten. Je moet zelf actief aan een bijeenkomst deelnemen, ook al kom je nog met zulke vreemde voorbeelden, dat is niet erg. De docent is er dan wel om je weer op het goede spoor te brengen. Wat het belangrijkste is bij afstandsonderwijs, ik heb het ook ervaren bij de LOI, je kunt het allemaal uit de boekjes halen. Dat is geen probleem. Kom je bij een studiebijeenkomst, dan vertelt de docent het net even iets anders. Die mondelinge toelichting is wellicht niet noodzakelijk, maar wel verhelderend, waardoor je minder lang blijft zitten met een probleem. Van de andere kant is het ook zo, als je aan het studeren bent, en je komt iets tegen wat je niet begrijpt, raak dan niet in paniek, want vijf pagina's verder staat het antwoord.

Ik hoor een man die tevreden is over het cursusmateriaal?

Ik heb er nooit problemen mee gehad, dat is prima. Ik heb wel eens een cursus gedaan, Gedragingen openbaar bestuur, waarvan je kunt zeggen dat dat wel iets duidelijker had gemogen, volgedrukte pagina's, zonder enige ruimte voor aantekeningen en dat soort dingen. Maar dat kom je tegenwoordig niet meer tegen.

Er wordt momenteel stevig nagedacht hoe digitale begeleiding georganiseerd moet worden. Wat vindt u van digitale begeleiding?

Weet ik niet. Vooralsnog sceptisch. Ik vraag me af of dat wel zo veel beter zou zijn. Die discussiegroepen bijvoorbeeld, daar heb ik slechte ervaringen mee, niet met alle overigens. Ik geef een voorbeeld. Iemand, en dat zijn ook meestal dezelfde mensen die participeren, stelt een vraag en er komen verschillende antwoorden van verschillende mensen. De docente van Decentralisatie deed dat heel goed. Die corrigeerde ook wanneer ze zag dat de discussie in de verkeerde richting ging. Maar niet iedere docent doet dat. Ik heb ook wel eens in andere groepen gekeken, maar daar kwam nauwelijks een docent tussen. Dat is dus niks en dan ga je er ook niet meer naar terug.

U bent lid geweest van de Studentenraad. Wat was voor u de drijfveer om daarin zitting te nemen?

De Studentenraad (link alleen open voor studenten en medewerkers, red.) bij de Open Universiteit bestaat nog niet zo lang. Er waren al een paar verkiezingen geweest voordat ik in de gaten had dát ze er was. Op een gegeven moment werd er aan de studentenverenigingen gevraagd om een klankbordgroep. Daar heb ik aan mee gedaan en vandaaruit kwam ik erachter wat ze allemaal uitspookten. En toen heb ik me kandidaat gesteld.
Lid zijn van de Studentenraad is vooral leuk omdat je alles van de andere kant kunt bekijken. College van bestuur en Studentenraad staan tegenover elkaar en beiden willen een zo goed mogelijke Open Universiteit. Alleen, zij bekijken de zaak vanuit een andere invalshoek. Zij kijken naar het geld en wij willen zo goed mogelijk studeren. Wij willen het liefst alle studiecentra behouden met zoveel mogelijk tentamenmogelijkheden. Zij zeggen uiteraard dat ze daar het geld niet voor hebben. Ze willen het liefst geen cent uitgeven. Dat is ook hun recht, sterker nog, dat is hun taak. Zuinig omgaan met de beschikbare middelen. En wij willen zoveel mogelijk middelen alleen voor de studenten houden. De waarheid zal ook hier weer ergens in het midden liggen. Natuurlijk komen meer onderwerpen ter tafel dan alleen het geld, maar geld spreekt het meeste aan. Alle mooie plannen van College van bestuur, Studentenraad, Ondernemingsraad en faculteiten zijn kostbaar en de middelen beperkt. Overigens vind ik jammer dat niet alle faculteiten in de raad zijn vertegenwoordigd. Elke faculteit kent toch haar eigen problemen. Zo is er bijvoorbeeld niemand van Psychologie, Natuurwetenschappen en Managementwetenschappen.

In juni zijn er weer verkiezingen voor de Studentenraad. Noemt u eens een paar wapenfeiten die studenten ertoe kunnen aanzetten zich kandidaat te stellen of om hun stem uit te brengen.

Toevallig heeft de LSVB, de Landelijke Studenten Vakbond, deze week nog een mail gestuurd met de vraag wat wij zoal bereikt hebben. Ik heb erover nagedacht, maar ik weet het eigenlijk niet. Het is net zoals in de gemeenteraad. Je bent met dingen bezig en op die manier bereik je ook wel het een en ander zonder dat dat uitbundig wordt gevierd. Je gaat gewoon weer verder met andere lopende zaken. Zo zit je in een proces waarin natuurlijk wel het een en ander ook door je eigen toedoen verandert, maar je staat er niet echt bij stil. Neem nou de moduleprijs. Liefst willen wij niks betalen en het college wil er het liefst 1000 euro voor. We zijn er ook echt tegen in gegaan toen die studiecentra werden gesloten. We hebben in ieder geval bereikt dat drie studiecentra die men wilde sluiten, steunpunten werden. Dat de ongedeelde opleiding tot 2007 door kon gaan, want die wilden ze al in 2003 stoppen. Dat het College van bestuur besluitenlijst en notulen van haar vergaderingen naar ons toestuurt. Hierin zijn wij de eerste studentenraad die dat voor mekaar heeft gekregen. Ook hebben we bereikt dat we gehoord zijn bij de keuze van een nieuw collegelid. Een van onze leden heeft persoonlijk kunnen praten met het nieuwe kandidaat-lid. Bij andere universiteiten is dat toch veel minder. Zo heeft de Studentenraad van de Universiteit van Amsterdam een geding aangespannen omdat de Raad van Toezicht een collegelid heeft benoemd zonder daarin eerst de centrale studentenraad te informeren. Die zijn echt heel boos.

Kortom, u bent wel degelijk een factor van betekenis ...

Zeker. Men was er in Heerlen van geschrokken dat wij naar de rechter zijn gegaan toen er studiecentra werden gesloten. We zijn niet ontvankelijk verklaard, maar dat geeft niet. We hebben in ieder geval bereikt dat ze opener geworden zijn tegenover ons. Ze hebben gezien dat we toch klauwen hebben en niet zo maar over ons heen laten lopen.
Van de andere kant is het ook zo, en daar moet ik Theo Bovens wel een beetje gelijk in geven, dat we af en toe wel eens een beetje doordraven, maar dat komt ook wel door de hitte van de strijd.

Hoe zit het met de relatie met de Studentenbond?

Ik ben een van de grondleggers van die Studentenbond. Dat was nooit mijn bedoeling, ik heb het nooit noodzakelijk gevonden, maar dat heeft iets te maken met de sluiting van de studiecentra en het kortgeding dat we bij de rechtbank van Maastricht hebben gevoerd. Thijs Wöltgens liet zich op een bepaald moment ontvallen dat hij eigenlijk geen zaken wilde doen met de Studentenraad, omdat die raad geen bestuursorgaan is zoals in de wet vastgelegd, maar met een onafhankelijke studentenbond zou hij wel zaken kunnen doen. Toen zijn we begonnen met de studentenbond en die zijn nu ook een redelijk volwaardig gesprekspartner met het College van bestuur. Vergelijk het als het verschil tussen een ondernemingsraad en een vakbond. Die onderhandelen toch op een andere manier met de bedrijfsleiding.

Heeft u voldoende invloed in de facultaire opleidingscommissie?

Ik hoorde van studenten van andere universiteiten dat ze geweldige problemen hadden met de opleidingscommissie, zozeer zelfs dat het wel eens op een handgemeen dreigde uit te draaien. De docenten hadden zoiets van, ík ben de docent, ík weet het wel. Dat is bij ons absoluut niet het geval. We zitten als gelijkwaardigen met elkaar te praten en men houdt serieus rekening met onze inbreng. Misschien komt het ook door de leeftijd. De gemiddelde student is hier wat ouder en sommigen hebben ook een onderwijsachtergrond. Dat praat toch wat gemakkelijker in dit soort situaties. Het is nu wel zo, dat wanneer je er als bachelorstudent in zit en de docent praat over mastercursussen, dan weet je daar als bachelor niet zoveel van af. Maar je kunt wel meepraten, vragen stellen, hoe zit het in elkaar, wat zijn de onderwerpen.
Er is wel eens sprake geweest om rechtspsychologie in te brengen. Ik weet hoe je het schrijft, maar verder weet ik er niets van. Wij vroegen ons af of het wel zin had zoiets te doen. Hebben we daar ook wel genoeg studenten voor? Past het in het profiel van onze studenten? Het is ook niet doorgegaan. Ik weet niet wat de besluitvorming verder nog beïnvloed heeft, maar wij waren er in ieder geval niet enthousiast over. Tegenwoordig wordt er weinig meer over nieuwe cursussen gesproken, eerder over het verdwijnen van cursussen. Decentralisatie verdween, evenals Europees recht. We hebben er op gehamerd dat ze terug zouden komen. Dat is ook toegezegd, al is het onder een andere naam.

Hebben alumni wat u betreft nog een rol te vervullen?

Het zou goed zijn als alumni wat vaker zouden vertellen over hun ervaringen. We hebben wel eens een advocaat uitgenodigd die ons vertelde hoe hij als OU-student in de advocatuur terecht was gekomen. Ook hebben we eens iemand uitgenodigd die ons vertelde over zijn scriptieperikelen en ons voorzag van nuttige tips. Zeker, zoiets zou vaker mogen gebeuren.

Wat zijn uw toekomstplannen?

Ik ben rechten gaan studeren met als enige reden dat ik meer van het recht wilde weten. Beroepsambities heb ik er nooit mee gehad, want daarvoor ben ik op te late leeftijd begonnen. Ik studeer af op het onderwerp Gemeenschappelijke regelingen en die kennis stel ik graag ter beschikking aan de CDA-fractie bij ons in de gemeenteraad. Op verzoek van mijn fractievoorzitter heb ik dit onderwerp gekozen. En nu wil ik ze wel bijstaan met dit soort zaken. Ik heb ontdekt dat de meeste raadsleden, als ze geen rechtenstudie gedaan hebben, of bestuurskunde, totaal niet weten wat dat allemaal inhoudt. Ze verwarren Hoge Raad met een gerechtshof en een uitspraak van de rechtbank is al alleszeggend. Ze kennen het verschil niet tussen delegatie en mandaat. En dan krijg je enorme spraakverwarringen, want de wethouder heeft zich laten informeren door zijn jurist die met een ingewikkeld verhaal komt, en de raadsleden denken al snel dat het dan wel goed moet zijn. Als ik hiermee klaar ben, begin ik wel weer met iets anders. Misschien dat ik via de volksuniversiteit bij ons in het dorp Frans ga doen.

Wat zou u de Open Universiteit nog willen aanbevelen?

Een punt van aandacht is de studiebegeleiding. Die moet niet wegvallen. Contact met de docent is voor een student belangrijk. Studenten, ook al zijn ze wat ouder, hebben altijd een schouderklopje nodig. Het zijn van die kleine dingen, maar o zo belangrijk. Dat geldt ook voor het personeel hier in de studiecentra. Die mensen zijn veel belangrijker dan ze zelf denken. Ze herkennen je, je kunt met ze praten of wel eens een geintje uithalen, het hoort er allemaal bij. Ze zijn reuze belangrijk voor de Open Universiteit. Zíj zijn in het dagelijkse leven het visitekaartje, dat is niet hoogleraar X of Y. Een paar weken geleden hebben we hier een infoavond gehad. Als je zag hoe ze hier alles hebben georganiseerd en ook na afloop weer alles aan de kant ruimden, altijd goedgemutst, dat verdient een pluim. Onvervangbaar. Dat zou de Open Universiteit ook wel eens mogen laten blijken.

Interview afgenomen door John Dohmen